Koelen (= cryotherapie)

Minimaal 15 minuten
∑        Vaatvernauwing (vasoconstrictie)
Op het moment van koelen vernauwen de vaten zich en vermindert de inwendige bloeding wat resulteert in een geringere zwelling dus minder druk en pijn.

Korter dan 15 minuten
∑        Vaatverwijding (vasodilatatie)
Als reactie op het koelen verwijden de vaten zich na het koelen extreem. Er komt ineens veel bloed wat resulteert in een plotselinge zwelling.

Nooit direct op de huid i.v.m bevriezing!!!


ICE-regel

ICE staat voor:

∑        Immobiliseren (onbeweeglijk maken)
∑        Compressie (d.m.v drukverband)
∑        Elevatie (omhoog leggen)


Vervoer

Bovenste extremiteit:
∑        Sta aan de aangedane zijde

Onderste extremiteit:
∑        Sta aan de gezonde zijde


We onderscheiden de volgende sportblessures:

1.      Gewricht en bandletsel
2.      Fracturen
3.      Luxaties
4.      Spierletsel
5.      Peesletsel
6.      Overbelastingsletsel

Gewricht en bandletsel

Een gewricht bestaat uit twee of meer delen (bi-articulair of multiarticlair). De gewrichtsuiteinden (kop en kom) zijn bekleed met een laagje kraakbeen. De twee botstukken worden bij elkaar gehouden door bindweefsel, het gewrichtskapsel. Aan de binnenzijde van dit kapsel is slijmvlies aanwezig dat gewrichtssmeer aanmaakt zodat alles lekker soepel langs elkaar heen glijdt.
Op plaatsen waar het gewricht te maken krijgt met sterke krachten zijn er gewrichtsbanden te vinden, denk aan de kruisbanden in de knie.

De banden hebben als functie het verzorgen van de passieve stabiliteit van het gewricht. Voor de actieve stabiliteit zijn we op de spieren aangewezen.

Men kan onderscheid maken tussen drie verschillende letsels (= ruptuur)
∑        Verrekkingen (= verstuiking/verzwikking/distorsie)
∑        PartiŽle ruptuur
∑        Totale ruptuur

In het bijzonder:
∑        Meniscusletsel

1.1      Verrekking

Het gewrichtsband is uitgerekt door een abnormale beweging. Hierdoor ontstaat een onderhuidse bloeding. Hierdoor zwelt het gewricht op en is pijnlijk. Een verrekking komt over het algemeen voor in het enkelgewricht (15% van alle gevallen) en in het polsgewricht.

1.2             PartiŽle ruptuur

Het gewrichtsband is uitgerekt maar tevens ook een deel ingescheurd. Dit kan in de band zelf zijn of aan de aanhechting ervan. Het gewricht is nog relatief stabiel.
1.3             Totale ruptuur

Een totale ruptuur is onder te verdelen in:
∑        Ruptuur met twee losse uiteinden
∑        Ruptuur ter hoogte van de aanhechting
∑        Avulsiefractuur (botstuk is mee los gescheurd)
Het gewricht is onstabiel en hangt er vaak los bij.

1.4             Meniscusletsel

De menisci zijn twee kraakbeenschijven in de knie en zorgen ervoor dat de schokken worden geabsorbeerd. Tevens zijn ze medeverantwoordelijk voor het soepel verlopen van de bewegingen van het kniegewricht.
Zoals iedereen weet kan de knie maar bewegen om ťťn as. Als de knie nu verdraaid is (om de lengte-as) bestaat de kans dat de meniscus beschadigd. D.w.z inscheurt of afscheurt. Een kijkoperatie is de enige oplossing.

1.5             Verschijnselen meniscus

∑        Pijn in de gewrichtsspleet
∑        Pijn bij overstrekking knie
∑        Pijn bij het op de hurken zitten
∑        Ploppen/knakken in de knie

1.6      Verschijnselen

∑        Pijn bij beweging/belasting                
∑        Lokale drukpijn
∑        Zwelling gewricht
∑        Soms blauwe verkleuring
∑        “Instabiliteit” (bij totale ruptuur)

1.7      EHBSO

∑        ICE-regel toepassen

2.         Fracturen

Fracturen komen in de sport vrij vaak voor. Ze worden als ernstig letsel beschouwd omdat vaak ook weke delen zijn beschadigd.
Fracturen kunnen op twee manieren ontstaan:

∑        direct trauma (door inwerkende kracht van buitenaf)
∑        indirect trauma (door inwerkende kracht van binnenuit)

Twee soorten botbreuken:

∑        Normale botbreuk
∑        Gecompliceerde botbreuk

2.1             Normale botbreuk

Bij een normale botbreuk is er alleen inwendig letsel. Er is sprake van een enkelvoudige breuk of een meervoudige breuk (communitieve  fractuur). Ook verbrijzeling hoort hierbij.

Let op!! Breuken in het bovenbeen kan leiden tot een bloedverlies van 1,8 liter. Dit hoopt zich op in het weefsel. Houdt rekening met een shock.

2.2             Gecompliceerde botbreuk

Bij een gecompliceerde botbreuk is er een wond in de huid en de onderliggende weefsels ontstaan.

2.3      Verschijnselen

∑        Hevige pijnen op de breukplaats
∑        Gestoorde functie
∑        Zwelling en verkleuring rondom de breukplaats
∑        Onnatuurlijke stand van het gebroken lichaamsdeel
∑        Bij een gecompliceerde breuk is er een wond aanwezig

Botbreuken kunnen al deze verschijnselen hebben maar het hoeft niet. Bij twijfel altijd handelen als ware het een botbreuk.

            2.4      EHBSO

∑        Vermijd onnodige bewegingen
∑        Bij een gecompliceerde breuk de wond steriel afdekken met snelverband waarbij de zwachtels worden afgeknipt en het kussentje wordt vastgeplakt met stroken kleefpleister op de niet beschadigde huid.
∑        Spalken zoals je het lichaamsdeel aantreft.
∑        Alleen wanneer botpunten door de huid dreigen te steken pak je het getroffen lichaamsdeel met twee handen vast en geeft een lichte trek, zodat de botpunten niet meer tegen de huid aanprikken.

3.         Luxaties

            We hebben twee soorten luxaties:
∑        Algehele luxatie
∑        Subluxatie

3.1      Algehele luxatie

We spreken van een luxatie wanneer door een ongeluk u de sportman/vrouw aantreft met ťťn der gewrichten in een abnormale stand en de kop en de kom van het getroffen gewricht niet meer in elkaar steken. De gewrichtsbanden en het omliggende kapsel zijn gescheurd. Bovendien is het gewricht onbeweeglijk.

3.2      Subluxatie

Bij een subluxatie hebben kop en kom nog gedeeltelijk contact. De banden en kapsel zijn opgerekt op gescheurd.

3.3      Verschijnselen

∑        Erge pijn (soms flauwvallen/bewustzijnsverlies)
∑        Zwelling door haematoom (= bloeduitstorting)
∑        Standsverandering van het gewricht

3.4      EHBSO

∑        Koelen (minimaal 15 minuten)
∑        ICE-regel
∑        Vervoer naar ziekenhuis regelen

4.         Spierletsel

Een spier is een bundel vezels die ook weer bestaan uit kleine vezels. Om deze bundels zit bindweefsel (fascie) om alles bij elkaar te houden.

We hebben verschillende spierletsels, ook wel Musculaire Traumata genoemd:

∑        Spiercontusie
∑        Fasciescheuring
∑        Ruptuur, partiŽel of totaal
∑        Combinatie
Bij alle letsels komen inter- of intramusculaire bloedingen voor.

4.1             Spiercontusie

De lichtste vorm van Musculaire Traumata. Deze worden veroorzaakt door inwerkend geweld bijvoorbeeld een knietje tegen het dijbeen. Er ontstaat zwelling, er is pijn en een lichte vorm van bewegingsbeperktheid.

4.2             Fasciescheuring

Door een inwerkende kracht of zwelling in de spier door bijvoorbeeld een intramusculaire bloeding kan het bindweefsel om de spierbundel scheuren. Soms is dit ook hoorbaar door de sporter. De spier stulp meteen naar buiten en de zwelling is lokaal zichtbaar. Er is ook pijn en functieverlies.

4.3             Ruptuur, partiŽel of totaal en zweepslag

Zwaardere vorm van een contusie. Er is een gedeeltelijke of algehele scheuring van spiervezels en/of bundels. De sporter klaagt over een stekende pijn (alsof er een steentje tegenaan is gegooid). Vaak voelt deze ook iets knappen. Er is zwelling, pijn, functieverlies en de contouren van de spier ontbreken.

4.4             Combinatie

Zowel bindweefsel als spiervezels zijn ingescheurd of doorgescheurd. Komt vaak voor bij kuitspier, bovenbeen, onderarmspieren.

4.5             Verschijnselen

∑        Pijn, zwelling, (beperkt) functieverlies
∑        Bij de totale ruptuur geen spiercontour zichtbaar, “lijkt of er een steentje tegenaan is gegooid”

4.6             EHBSO

∑        In alle gevallen koelen
∑        (Behalve de spiercontusie) in alle gevallen de ICE-regel.
∑        (Behalve de spiercontusie) nooit laten bewegen of belasten!!!

5.         Peesletsel

Pezen bestaan uit vezels die erg taai zijn en een hoge trekvastheid hebben. Ze zijn slecht doorbloed en genezen vaak langzamer.
Er zijn twee soorten peesletsel namelijk:

∑        Peesruptuur
∑        Peesontsteking

De peesontsteking wordt dadelijk behandeld bij overbelastingletsel dus nu alleen de ruptuur.

5.1             Peesruptuur

Bijna hetzelfde als een spierruptuur. Het enige verschil is dat de peesruptuur plaatsheeft aan de aanhechting met het bot. Er is vaak functieverlies, pijn en een zwelling i.v.m een bloeding.
Een ingescheurde en afgescheurde pees moet operatief worden gehecht omdat deze moeilijk geneest.

5.2             EHBSO

∑        ICE-regel toepassen
∑        Doorsturen naar het ziekenhuis voor een rŲntgenfoto

6.         Overbelastingsletsel

Onder overbelastingsletsel verstaan we ontstekingen en stressfracturen
Deze ontstaan meestal door een eenzijdige belasting tijdens een training of het te snel hervatten van een zware training na een periode van rust.
De meest voorkomende plaatsen zijn:

∑        Spier en peesaanhechtingen
∑        Spieren
∑        Pezen
∑        Beenvlies
∑        Slijmbeurzen

6.1      In het bijzonder

∑        Springschenen (Periostitis)
Het beenvlies bij het scheenbeen is ontstoken

∑        Peesontsteking (Tendinitis)
Vaak de achillespees, Lange pees van de Biceps Brachii, strekpezen van de pols

∑        Spier en peesaanhechtingen (Epicondilitis)
Ontsteking van de overgang van de spier/pees op het botvlies (periost).
Achillespees, Lies, Elleboog (speerwerperselleboog, tennisarm)

            6.2      Verschijnselen

∑        Zwelling
∑        Roodheid
∑        Pijn
∑        Warmte aangedane deel
∑        Functieverlies (door pijn en zwelling)

6.3      EHBSO

∑        Lokaal koelen
∑        Laten staken van verdere bewegingsactiviteit

We behandelen het volgende:

1.                 Warmtebevanging
2.                 Onderkoeling
3.                 Krampbestrijding
4.                 Sporten met een aandoening
∑        Hartklachten
∑        Diabetes
∑        Astma
∑        Epilepsie
∑        Reuma/artrose

1.         Warmtebevanging (hyperthermie)

Warmtebevanging kun je indelen in twee gradaties namelijk een lichte en een gevorderde bevanging. De laatste komt gelukkig niet zo vaak voor omdat men vaak adequaat reageert.
Het komt vaak voor bij sporten zoals voetbal, tennis, atletiek (vooral het duurlopen), hockey. Bij deze sporten wordt conditioneel veel gevraagd van het lichaam en kan het zweetverlies oplopen tot 2 ŗ 3 liter per uur.

1.1             Verschijnselen

∑        Hoge lichaamstemperatuur (> 39įC, soms 42įC)
∑        Tekenen van hersenstoornis
∑        struikelend lopen
∑        hoofdpijn
∑        duizeligheid
∑        staat van verwarring
∑        Stoppen met zweten
∑        Misselijk/braken

1.2             EHBSO

∑        Leg het slachtoffer in een koele, goed geventileerde ruimte.
∑        Bij lichte bevanging koelen in de nek
∑        Bij gevorderde bevanging lichaam ontdoen van kleding en koele dekens op het lichaam leggen (eventueel in een koud bad leggen)
∑        Geef het slachtoffer veel te drinken
∑        Buiten bewustzijn = eerst bij bewustzijn zien te brengen

2.         Onderkoeling (hypothermie)

Men spreekt van onderkoeling als de lichaamstemperatuur rectaal gemeten 35įC of lager is. Het komt vaak voor in de bergsport, watersport en wintersport. Om op dit laatste even in te haken. De hond met het vaatje glŁhwein is het slechtste wat ze ooit hebben verzonnen. Alcohol zorgt voor vaatverwijding en dus een grotere warmteafgifte waardoor de temperatuur verder zal dalen.

2.1             Verschijnselen

∑        Rillen
∑        Hallucinaties
∑        Verwarring
∑        Lusteloos
∑        Besefverlies
∑        Spraakstoornissen
∑        Geheugenverlies
∑        Verminderde beweging/gevoel

2.2             EHBSO

∑        (Indien mogelijk) zittend onder een warme douche plaatsen
∑        Afdrogen en warme kleren aantrekken
∑        Iets warms en zoets laten drinken (chocomel)
∑        Hierna oefeningen laten doen waarvan hij het warm krijgt.

∑        Andere optie is afkomstig van de eskimo’s. Zij gingen naakt tegen elkaar aan liggen (lichaamswarmteoverdracht)

3.         Krampbestrijding

Kramp in een spier is een toestand waar alle vezels van een spier tegelijk samentrekken (contraheren). Dit kan enkele seconden maar ook enkele uren duren. De oorzaken zijn heel uiteenlopen, van vermoeidheid tot hormonale disbalans

De meest voorkomende oorzaken zijn:

∑        Zouttekort door overmatige transpiratie
∑        Sterke afkoeling (water!!!)
∑        Slechte warming-up
∑        Slechte conditie
∑        Medicijngebruik
∑        Hyperventilatie
∑        Hormonale disbalans (tekort aan kalium en magnesium)

3.1      EHBSO

∑        De schudmethode
∑        De antagonistenmethode
∑        De rekmethode

3.1.1   De schudmethode

De spier moet worden geschud in de aangetroffen houding. Dit kan lang duren want de spier is stijf en kan worden vergeleken met een blokje hout en dat schud ook niet al te gemakkelijk.

3.1.2       De antagonistenmethode

Een antagonist is letterlijk een “tegenstander”. Bij spieren is dit dus de spier die de tegenovergestelde functie heeft van de spier die verkrampt is. Als voorbeeld geef ik een kramp in de M. Rectus Femoris. Dit is een strekker van het bovenbeen en onderbeen. De antagonist is dus de
M. Semitendinosus en de M. Semimembranosus. Dit zijn de buigers van het bovenbeen en het onderbeen. Als deze worden aangespannen trekken zij als het ware de M. Quadriceps uit zijn contractie en is de kramp over. Zo niet dan herhalen.

3.1.3   De rekmethode

Bij deze methode probeer je de gecontraheerde spier passief te verlengen d.w.z met uw kracht. Dit moet echter niet te explosief gebeuren i.v.m inscheuren of afscheuren van de spier. Voorzichtigheid is geboden.

4.         Sporten met een aandoening

4.1             Hartklachten

Hartziekten zijn in Nederland doodsoorzaak nummer 1. Men leeft te gehaast, eet te ongezond en beweegt te weinig.
Als iemand op den duur hartpatiŽnt is geworden hoor je vaak het excuus dat sporten niet meer mogelijk is of dat ze bang zijn om iets te krijgen.
Gelukkig zijn deze beredeneringen maar voor een deel waar. Het is zo dat het risicovol is om aan alle sporten zomaar deel te nemen. Maar er is juist heel veel mogelijk. Denk bijvoorbeeld aan de huidige trend cardiofitness. Onder de juiste begeleiding is het goed mogelijk om de hartspier te trainen en zo ook de conditie te verbeteren.  Hieronder valt niet alleen het fietsen op een hometrainer maar ook hardlopen, roeien, steppen, werken met gewichten, zwemmen, etc.
Er zijn natuurlijk nog veel meer mogelijkheden zolang het onder deskundige begeleiding gebeurd en eventueel in overleg met de (sport)arts.

4.2             Diabetes

Mensen met Diabetes Mellitus hebben een tekort aan insuline. Insuline zorgt ervoor dat de suikers of glucose die worden ingenomen via het voedsel worden opgeslagen in de lever en in de spieren. Als iemand koolhydraten eet komen er suikers het lichaam binnen. Deze suikers worden afgebroken tot glucose en dit komt in het bloed terecht. De bloedsuikerspiegel stijgt en als reactie hierop komt er in de alvleesklier insuline vrij dat probeert om de bloedsuikerspiegel weer te verlagen tot de originele waarde. Normaal wordt deze glucose in de vorm van glycogeen opgeslagen.
Aangezien er bij diabetici een insulinetekort is blijft de bloedsuikerspiegel hoog.

Kenmerken bij kinderen zijn dan ook vaak dat ze hyper zijn. Ze hebben namelijk teveel energie in het lichaam in de vorm van suikers en om de bloedsuikerspiegel te verlagen reageert het lichaam met actie.

In die zin is het dus helemaal niet slecht om te sporten als diabetici. Zorg ervoor dat je dagelijkse ritme niet verstoord wordt. Dit houdt in dat je op vaste tijden moet eten en regelmaat moet hebben met de nachtrust. Tevens moeten diabetici altijd een prikpen of iets dergelijks bij zich hebben waarmee insuline kan worden toegediend. Het is raadzaam om bij de organisatie na te vragen of er diabetici zijn.
Zo niet let dan op een eventuele penning die zij ook vaak bij zich hebben.

4.3             Astma

Er zijn verschillende soorten astma bekend. Deze variŽren van een verstopte neus tot hevige cara. Bij astma vernauwen de luchtwegen en bronchiŽn zich en er hoopt zich slijm op. Het is begrijpelijk dat dit een erg benauwd gevoel geeft. AstmapatiŽnten geven ook vaak aan het gevoel te hebben te stikken. Als je als niet astmapatiŽnt wil weten hoe het ongeveer voelt kun je een paar keer de trap op en aflopen ademend door een rietje of een bosloop houden waarbij je alleen door je neus ademt.
Alleen al om deze reden is het voor astmapatiŽnten erg moeilijk zich intensief in te spannen. Dit neemt niet weg dat ze niet kunnen sporten. Integendeel, het wordt juist zeer aangeraden om te bewegen alleen moet je een sport kiezen waarbij er in het begin niet zoveel van je wordt gevraagd. Je moet een conditie opbouwen zodat je meer kan doen met weinig lucht. Je ademhalingsspieren worden immers ook sterker. Zorg alleen dat je eventuele medicijnen bij je hebt en sport niet in te koude lucht.

4.4             Epilepsie

In Nederland zijn er ook veel mensen met epilepsie. Er zijn, net als bij astma, erg veel vormen van epilepsie. Dit kan variŽren van een kleine aanval waarbij bijvoorbeeld en korte tijd geen controle is over de hand tot een hevige aanval waarbij het gehele lichaam heftig schokt (tonisch-clonische fase). Epilepsie wordt veroorzaakt door een storing in de hersenen waardoor er ineens allerlei signalen worden doorgegeven die helemaal niet doorgegeven hoeven te worden. Hierdoor kunnen er allerlei onwillekeurige bewegingen ontstaan.
Sommige mensen zijn gevoeliger voor epilepsie tijdens inspanning. Als iemand een aanval krijgt zorg dan altijd dat je erbij bent maar ga iemand niet remmen in zijn of haar bewegingen. Dit kan leiden tot spierscheuringen of botbreuken. Iemand is in zo’n fase enorm sterk. Wat wel aan te raden is, is het hoofd van het slachtoffer ondersteunen zodat deze niet steeds op de grond terecht komt.

4.5      Reuma/artrose

Reuma en artrose begint langzamerhand een volksziekte te worden. Op steeds jongere leeftijd krijgen mensen er mee te maken. Het is deels erfelijk maar voornamelijk is het een slijtagekwestie. Mensen met reuma en artrose kunnen vaak maar beperkt sporten. Je zal ze ook niet vaak aantreffen op sportwedstrijden. Als er al iets op sportgebied gebeurd is dat vaak recreatief of in groepstherapieŽn. Het houd overigens niet in dat deze groep mensen niet mag of kan bewegen. Het is juist aan te raden om deze mensen zo veel mogelijk te laten bewegen alleen aangepast. Zwemmen en fietsen zijn goede manieren om toch aan de dagelijkse hoeveelheid lichaamsbeweging te komen. Maar denk ook aan wandelen.
Sportblessures
Nieuwe cursus Herhalingen

© 2013 Algemene EHBO vereniging 's-Hertogenbosch
Beginpagina Lidmaatschap Fotoalbum Bestuur Nieuws Hulpverlening Bibliotheek Links Cursussen